Wie de afgelopen dagen door Drenthe reed, zal het waarschijnlijk hebben gezien: op diverse plekken hangen opnieuw omgekeerde Nederlandse vlaggen. Ze zijn bevestigd aan viaducten, verkeersborden en lantaarnpalen en vormen daarmee weer een zichtbaar teken van boerenprotest. Ook in De Wolden hangen ze volop. Gemeenten in de provincie volgen de situatie nauwlettend en zijn in gesprek met betrokken agrariërs.
Vooral wanneer vlaggen zijn opgehangen aan verkeersborden of andere gemeentelijke eigendommen, ondernemen gemeenten actie. In Meppel heeft de gemeente inmiddels overleg gevoerd met een aantal boeren. Volgens een woordvoerder verliep dat gesprek in een constructieve sfeer en was er ruimte voor wederzijds begrip. Tegelijkertijd heeft burgemeester Arjen Maathuis aangegeven dat vlaggen die aan lantaarnpalen hangen zo snel mogelijk verwijderd moeten worden.
Gemeenten geven boeren een termijn
Meerdere gemeenten hanteren een vergelijkbare aanpak. Eerst wordt geprobeerd in overleg tot een oplossing te komen. Daarbij is boeren gevraagd om geen gebruik te maken van eigendommen van anderen voor protestuitingen. In De Wolden en Hoogeveen geldt hetzelfde uitgangspunt.
Verantwoordelijkheid bij viaducten
De situatie wordt ingewikkelder bij vlaggen die over viaducten hangen. Gemeenten wijzen erop dat zij daarvoor niet altijd verantwoordelijk zijn. Volgens Rijkswaterstaat hangt dat af van wie eigenaar is van de betreffende weg of constructie. Een viaduct kan bijvoorbeeld onderdeel zijn van een gemeentelijke of provinciale weg, terwijl de snelweg eronder onder Rijkswaterstaat valt.
Rijkswaterstaat benadrukt dat vlaggen boven of langs wegen gevaarlijke situaties kunnen veroorzaken. Ze kunnen het zicht belemmeren en weggebruikers afleiden. Daarom worden dergelijke objecten verwijderd zodra ze worden aangetroffen.
Protest op eigen terrein
Een andere kwestie betreft protestuitingen op eigen grond. Gemeenten geven aan dat daarvoor meer ruimte bestaat, zolang de uitingen niet beledigend, aanstootgevend of anderszins in strijd met de wet zijn. Wanneer een protest volgens de gemeente te ver gaat, wordt de politie ingeschakeld en krijgt de zaak een juridisch karakter.
De komende tijd blijven gemeenten, Rijkswaterstaat en boeren met elkaar in gesprek over de protestacties en de manier waarop deze zichtbaar kunnen zijn zonder de veiligheid of eigendommen van anderen in gevaar te brengen.
Hoofdlijnen van de stikstofplannen
De voorgestelde stikstofmaatregelen richten zich op een forse vermindering van de uitstoot in de komende jaren. Voor de landbouw is het doel om de stikstofuitstoot in 2035 met 42 tot 46 procent terug te brengen ten opzichte van 2019. Als tussenstap moet in 2030 al een reductie van 23 tot 25 procent zijn bereikt.
Ook andere sectoren leveren een bijdrage. Zo moeten verkeer, vervoer en industrie hun stikstofuitstoot in 2035 met 50 procent hebben verminderd.
Om kwetsbare natuur beter te beschermen, zijn rondom verschillende Natura 2000-gebieden stikstofarme zones voorzien. Bij de Drentsche Aa, het Dwingelderveld en het Drents-Friese Wold gaat het om een zone van 1.000 meter. Rond negen andere Natura 2000-gebieden in Drenthe wordt uitgegaan van een bufferzone van 500 meter.
Binnen deze gebieden moet extensieve landbouw de standaard worden. Dat betekent onder meer meer grond per veehouderij, minder dieren per hectare en een lager gebruik van meststoffen en andere productiemiddelen. Als richtlijn geldt dat er in 2035 maximaal 2,6 volwassen melkkoeien per hectare mogen worden gehouden.
De provincie Drenthe werkt daarnaast aan een eigen stikstofaanpak. Die gaat uit van een reductie van 30 procent voor melkveehouders in 2035. Rond de meeste Natura 2000-gebieden wil de provincie eveneens een zone van 1.000 meter instellen, waar agrarische bedrijven aanvullende maatregelen moeten nemen. Samen moeten deze plannen leiden tot een totale stikstofreductie van ongeveer 43 procent in Drenthe.
De exacte begrenzing van de stikstofarme zones wordt uiteindelijk vastgesteld door het Rijk en de provincie in overleg met de betrokken partijen.