Komkommertijd is een periode van het jaar waarin weinig nieuws te melden is omdat politici en veel anderen op vakantie zijn. De herkomst van woord komkommertijd is niet helemaal zeker. Het is mogelijk dat dit woord een leenwoord is uit het Engels, waar kleermakers de term cucumber-time gebruikten. Dit woord is in 1700 voor het eerst opgetekend, in een Bargoens woordenboekje, met als betekenis ‘Taylers Holiday, when they have leave to Play, and Cucumbers are in Season’.
Komkommers worden in de zomer geoogst, de adel verliet in de zomer de stad, waardoor er voor de kleermakers niet veel te verdienen viel. Volgens enkele Engelse slangwoordenboeken schijnt cucumber-time aanvankelijk vooral te zijn gebruikt door Duitse kleermakers in Londen, maar of die het woord uit Duitsland hebben meegebracht is twijfelachtig. De Duitsers spreken wel van Sauregurkenzeit (‘augurkentijd’), maar pas sinds het begin van de negentiende eeuw. In elk geval is de term in Engeland in onbruik geraakt.
De Duitse term voor komkommertijd is Sauregurkenzeit (Zure-augurken tijd; Gurke is het Duitse woord voor “komkommer”). Dit woord stamt uit Berlijn, waar het voorkwam vanaf het eind van de achttiende eeuw. Ook voor dit Duitse woord bestaan verschillende mogelijke verklaringen over de herkomst. Enerzijds zou het kunnen verwijzen naar de verse aanvoer van zure augurken in de zomermaanden (Gewürzgurke is het Duitse woord voor “augurk”).
In het Nederlandse taalgebied is komkommertijd pas relatief laat opgetekend. In 1871 schreef het Nieuws van den Dag ‘Wanneer begint de Komkommertijd? […] Ik heb maar niet te weten kunnen komen op welken datum dit vijfde jaargetijde in den almanak opgeteekend staat.’ En Multatuli had het in 1877 over ‘het hartje van den komkommertyd.’
Aan het begin van de twintigste eeuw schijnen kranten in de komkommertijd vooral graag te hebben geschreven over zeeslangen. Althans, in 1914 schreef de woordenboekmaker Mathijs Jacobus Koenen bij het woord zeeslang, dat in de voorgaande druk nog zeer zakelijk was behandeld: ‘Zeeslang, ook monsterslang, die, naar men wil, in den oceaan verblijf houdt en nu en dan gezien wordt, vooral in den komkommertijd.’ Twee jaar later schreef de volkskundige Jos Schrijnen: ‘Fabelachtige sprookjesdieren zijn de meerkat, de beruchte zeeslang – óók bekend uit onzen komkommertijd en eveneens de zeeslang der lucht.’
In het West-Vlaams werd de komkommertijd ruim honderd jaar geleden ook wel plattebonentijd genoemd, maar dat woord is inmiddels in onbruik geraakt.
Overigens wordt komkommertijd geregeld fout geschreven, en wel als kommertijd. Soms gebeurt dat opzettelijk, bij wijze van woordspeling (in de komkommertijd is er meer plaats in de media voor kommer, ellende), maar geregeld gebeurt het ook geheel onopzettelijk. Deze verbastering heeft voeding gegeven aan het idee dat komkommertijd is afgeleid van kommertijd – een periode waarin er slechts armoedig nieuws te melden valt – maar dat is onjuist.
In de serieuzere kranten verschijnen in de komkommertijd berichten over kleine diefstallen en andere voorvallen, die in de rest van het jaar nooit gepubliceerd zouden worden. Bovendien zijn de kranten gedurende deze tijd dunner dan normaal. De weinige sportevenementen, zoals de Ronde van Frankrijk, worden breed uitgemeten. Dat is niet alleen het geval voor de kranten, maar ook voor radio en televisie.
De televisie vertoont in deze periode meestal geen nieuwe series en de gebruikelijke soapseries zijn met een cliffhanger tijdelijk gestopt. Vaak worden oude films herhaald. Bekend zijn de herhalingen van F.C. De Kampioenen op de Vlaamse televisiezender één. Op de Nederlandse televisie wordt ingespeeld op de komkommertijd door middel van luchtige programma’s en het programma Zomergasten, dat veel zendtijd reserveert om diep in te gaan op het werk van één persoon.
In 2008 werd de komkommertijd enigszins beperkt door de olympische zomerspelen te Peking.